Category: Casus

Waarheidsvinding – beterschap beloften of wetgeving?

Ruim een jaar geleden (november 2015) hebben Jeugdzorg Dark horse en stichting SOS-jeugdzorg voorzichtig banden aangeknoopt met jeugdzorg Amsterdam (JBRA) om een mogelijke samenwerking te verkennen tussen ouderorganisaties en jeugdbeschermers. Na een wat moeizame aanloop en een verandering van de oorspronkelijke doelstelling van een autisme-voorlichtingsfilm voor scholen naar het organiseren van bijeenkomsten tussen ouders en gezinsvoogden kwam er tenslotte een concreet plan op tafel. De gedachte daarbij was dat het mogelijk moest zijn om met ontwikkelde ouders en welwillende gezinsvoogden een gemeenschappelijke grond te vinden over een jeugdzorg die echt in het belang zou handelen van ouders en kinderen. De workshop ‘Allemaal Gekkies?’ werd geboren waarvan de titel aangaf dat niet alle ouders emotionele en pedagogisch onbekwame mensen zijn, maar vaak heel goed weten wat kinderen nodig hebben om veilig en gezond op te groeien. De workshop is tweemaal met succes gegeven en het leek erop dat het landelijk kon worden ingevoerd om overal ouders en jeugdbeschermers nader tot elkaar te brengen. Maar toen werd het opeens stil bij JBRA…


Onderzoeksrechter

Wat was er gebeurd? Dankzij een tweesporenbeleid van Dark horse en SOS-jeugdzorg bleef naast de verbeterde verstandhouding met jeugdzorg ook de kritische houding overeind en werd er inhoudelijk gewerkt aan de mogelijkheid om tot verbeterde wetgeving te komen om de rechtsgang in jeugdzorgzaken transparanter te maken. Samen met het Nederlands Advocaten Comité werd gewerkt aan een plan voor structurele verbetering in het controleren van de rechtmatigheid van het handelen van jeugdzorg bij het opleggen van gedwongen maatregelen. De term ‘onderzoeksrechter’ viel en die kreeg samen met het concept eromheen, dat de nadruk legde op het voldoende horen van ouders, grote bijval van verschillende partijen. Ook de landelijke politiek pikte dit op middels een motie voor het aanstellen van een onderzoeksrechter die op 23 februari 2017 door de Tweede Kamer werd aangenomen. Met JBRA en het LOC was afgesproken om gezamenlijk een regiobijeenkomst te organiseren als voorbereiding op het landelijk congres Waarheidsvinding op 10 november 2017. Dark horse, SOS en JBRA zouden daarbij stevig de handen ineenslaan. Wat toen door Dark horse/SOS onverwacht op tafel werd gelegd – maar nog ruim op tijd voor de regiobijeenkomst- was het concept van de onderzoeksrechter en aanpassing van de wetgeving om jeugdbeschermers hun juridische macht in te perken. Het aanvragen van beschermingsmaatregelen zou zorgvuldiger en grondiger moeten worden getoetst door dit wettelijk te borgen, zoals naar voren gebracht door advocaat Huib Struycken.

‘Scheiden van feiten en meningen’

Dit betekende een veel grotere en meer concrete stap richting een eerlijke rechtsgang dan het zuinige ‘scheiden van feiten en meningen in jeugdzorgrapportages’ waar de discussie rondom waarheidsvinding tot dan toe om had gedraaid, zoals in het rapport van de Kinderombudsman “Is de zorg gegrond?”. Het signaleren van de problemen in de jeugdzorg en het adviseren hierin is al decennia bezig, maar niemand is in staat om verbeterde zorg of een eerlijkere rechtsgang te garanderen. Dit plan voor een onderzoeksrechter verzette dusdanig de bakens dat beterschapbeloften en convenanten voor een betere werkwijze door jeugdbeschermers er bij voorbaat door in de schaduw werden gesteld. De regels van het spel werden er compleet door veranderd, want het ‘belang van het kind’ werd in deze benadering niet primair toevertrouwd aan de jeugdbeschermers. Hun werkgelegenheid- en instellingsbelangen zijn door ouders en jeugdrechtadvocaten al vaak genoemd als hinderpalen voor een goede zorgkwaliteit en eerlijke rechtsgang, maar tot dusverre koos de politiek ervoor om jeugdbeschermers altijd het voordeel van de twijfel te geven vanwege de vrees bij politici over niet-geïnformeerde volkswoede bij weer een gezinsdrama met bijbehorende krantenkoppen. De meeste krantenartikelen vertelden er niet bij waarom het zo vaak mis ging en dat een ´hardere hand´ waar dan meestal meteen om geroepen wordt niet de oplossing was. Het valse redmiddel van nog meer repressie, nog meer melden bij Veilig Thuis, heeft de excessen nooit eerder een halt weten toe te roepen, terwijl een betere zorgkwaliteit en beter onderzoek naar het model van het strafrecht dat wel zou kunnen doen.

Lees verder

Richard Korver: ‘Amateurisme mag nooit de toon zetten.’

Al langere tijd is er sprake van onrust in het veld van het Jeugd -en Familierecht. Zo worden er bijvoorbeeld regelmatig twijfels geuit over de professionaliteit en ook vooral over de objectiviteit bij de instanties, die de rechterlijke macht middels hun rapportages informeren over de verschillende dossiers.


mr. Korver

“Je ziet dat er dringend behoefte is aan objectiviteit,” aldus Richard Korver, erkend specialist in dit soort zaken. “Je ziet nu te vaak, dat mensen die absoluut niet academisch zijn opgeleid voor kindermisbruik-of mishandelingsdiagnostiek, wel op die stoel gaan zitten en zelfs een bepalende stem krijgen van onze rechters en dat is buitengewoon verontrustend.”
Korver is ervan overtuigd dat er op die manier regelmatig zaken verkeerd gaan. “Als ik alleen in mijn eigen praktijk kijk, dan worden mij jaarlijks ongeveer 100 van dit soort dossiers aangeboden en moet ik er helaas nog een heleboel afwijzen.”

Korver accepteert zaken, mede als hij een heel sterk vermoeden heeft dat zijn cliënten de dupe zijn geworden van onjuiste rapportages en eventueel daaruit voortvloeiende gerechtelijke uitspraken. “Laten we niet vergeten, dat het terugdraaien van gerechtelijke uitspraken geen usance is in ons rechtssysteem. Dat doen onze rechters niet lichtvaardig. Maar soms zijn de feiten zo evident en schrijnend, dat het niet anders meer kan en dan wordt een eerdere uitspraak gecorrigeerd.”

Soms kan Korver al in een vroeger stadium bezwaren uiten tegen de rapportage van de jeugdzorginstanties en/of hun gezinsvoogden. “Het is vaak onbegrijpelijk, hoe in ons land de verantwoordelijkheid voor dit soort ingrijpende zaken wordt toevertrouwd aan hele jonge vrouwen, meisjes vaak nog, die zelf geeneens kinderen hebben. Maar omdat zij werken bij een door de rechtbank als professioneel geaccepteerde organisatie, is hun rapportage dat vervolgens ook ineens. Onbegrijpelijk en angstaanjagend tegelijk.”

Lees verder

Hoe een eenmansfractie er toe kan doen

Er is een eenmansfractie in de Tweede Kamer, die de afgelopen tijd in positieve zin van zich deed horen. Norbert Klein, bekend als fractie Klein en nu een gooi doend naar een herverkiezing voor de Tweede Kamer onder de naam De Vrijzinnige Partij, is wat je noemt een geëngageerd persoon. Onder andere zaken als de Jeugd- en ouderenzorg, kunnen op zijn onverdeelde aandacht rekenen. “Maar dat geldt eigenlijk voor alle soorten van zorg in Nederland. Zeg maar de bekende decentralisatiedossiers van de afgelopen jaren…”


N.P.M. (Norbert) Klein

Op het gebied van Jeugdzorg is ruim een week geleden een motie van zijn hand door de Kamer aangenomen. In die motie dringt Klein aan op het inschakelen van een zogenaamde Onderzoeksrechter, inzake het Jeugd- en Familierecht. “Er is nu bij onze rechters een chronisch capaciteitsprobleem en daardoor veel teveel afhankelijkheid van informatie, die verstrekt worden door de adviesorganisaties in deze branche. En hoe je ook draait of keert, daar gaat dus regelmatig wat verkeerd.”

Klein wijst daarbij op zaken die, om uiteenlopende redenen, de rechten van ‘goede’ ouders ernstig schaden. “En vergis je niet, er zijn ook zat zaken waarin de kinderen helaas wel tegenover misdragende ouders in bescherming moeten worden genomen. Maar dat neemt niet weg, dat er helaas ook teveel verkeerd gaat bij de diverse adviserende organisaties. En dat heeft ernstige gevolgen. Dan praat je over buitenproportionele ellende voor zo’n gezin. Daarom is het inbrengen van een extra beveiliging in de vorm van een onafhankelijke onderzoeksrechter, een uitstekende aanvulling op het huidige systeem. Daarmee kun je meer garanties bieden voor de rechten van de kinderen en ook voor mogelijk onschuldige ouders.”

Klein kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de belangen van sommige organisaties, bijvoorbeeld organisaties die per uithuisplaatsing worden gesubsidieerd, op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling tegen hebben en dat vind Klein dus ontoelaatbaar.

“Je ziet in dit dossier van Jeugdzorg regelmatig weerstand van de Kamer tegen de voorstellen vanuit de hoek van die organisaties. Op de een of andere manier lijken die maar steeds meer zeggenschap te willen en dat gaat bijna zover dat ze de rechters willen passeren. Daar hebben wij als Tweede Kamer dus een stokje voor gestoken.”

Lees verder

Kinderen verdienen beter

Het eerste artikel over mogelijke misstanden in de jeugd- en gezinszorg, in deze krant, is al weer een tijdje geleden. Dat artikel heeft aardig wat stof doen opwaaien en heeft een stroom aan reacties losgemaakt. De Groninger Krant heeft besloten om van dit onderwerp een zogenaamd “levend” dossier te maken, waaruit met regelmaat artikelen zullen worden gepubliceerd.


De beslissing om hier een langlopend onderwerp van te maken, komt voort uit diezelfde informatiestroom, die ons na het eerste artikel heeft bereikt. Sommige verhalen zijn bijna te triest voor woorden. Juist om die reden hebben wij even een stapje terug gedaan. Om te voorkomen dat emotie de overhand zou gaan krijgen.
En om contact te maken met alle actoren in dit veld. Om het goede principe van hoor en wederhoor te kunnen waarborgen. Juist in dit soort zaken, waarin het belang van kinderen centraal moet staan, is zorgvuldigheid een absolute voorwaarde.

Toch zijn er zaken, die om aandacht lijken te schreeuwen. Vanuit het hele land zijn we geconfronteerd met dossiers en problemen, die door ons vaak met groeiende afschuw werden doorgenomen. En niet alleen van misstanden bij de instanties, maar ook over verhalen hoe sommige ouders met vaak nog erg jonge kinderen denken om te kunnen gaan. Daarin vindt de taak van de Overheid, om pal voor de belangen van deze kinderen te gaan staan, zijn absolute bestaansrecht.
Maar dat neemt niet weg dat er ook over de instanties voldoende feiten bekend zijn, waarin nu juist dat belang van de kinderen met voeten lijkt te worden getreden.
Wanneer instanties stelselmatig kinderen bij hun ouders weghouden op grond van aantoonbaar onjuiste informatie, dan is er iets ernstig mis. Die onjuiste informatie wordt ook niet zelden door de instanties en/of hun medewerkers bewust verstrekt op momenten dat er over bepaalde gezinssituaties een oordeel wordt gevormd, het zij bij de rechtbank of elders in het traject.

Om het wat meer te verduidelijken, hieronder een korte weergave van zo’n situatie. Het verhaal is regelrecht uit het dossier van een advocaat.
Twee jonge kinderen, laten we ze Daan en Marsha noemen, worden op zekere dag met een politiemacht bij hun biologische moeder weggehaald en na verloop van tijd ondergebracht bij een pleeggezin. Daar verblijven ze langere tijd.

Lees verder

Jeugdbescherming heeft onderzoeksrechter nodig

Met de Decentralisatie van de jeugdzorg die van start ging op 1 januari 2015 werd beoogd de hulp aan jeugdigen te verbeteren op het gebied van toegankelijkheid en preventie in een wijkgerichte aanpak onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Men hoopte zo betere zorg op maat te kunnen leveren aan jeugdigen door de hulp dichtbij te organiseren met gebruikmaking van de Eigen Kracht van gezinnen. Deze sociale benadering van de problemen in gezinssituaties ging echter voorbij aan de rechtspositie van ouders en kinderen onder jeugdzorg die structureel ongewijzigd bleef en in bepaalde opzichten zelfs verslechterde, zoals met het blokkaderecht voor pleegouders na één jaar. Ook de verregaande gemeentelijke bemoeienis met gezinnen vanuit de sociale wijkteams volgens het drang & dwang-principe werd door oud-kinderrechter Nanneke Quik-Schuijt al betiteld als een ‘verdergaande vervaging van de grens tussen vrijwillige en gedwongen hulp’.(1) Volgens jeugd- en familierechtadvocaat Huib Struycken wordt het hoog tijd dat er een belangrijke wijziging komt in de manier waarop er in ons land wordt omgegaan met de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen, want het huidige systeem is niet in het belang van ouders en kinderen.


mr. Huib Struycken (foto: David de Jong)

Verantwoordelijkheid bij jeugdzorg weghalen

Anders dan in de huidige benadering van het Ministerie Veiligheid & Justitie, dat eind 2017 samen met jeugdzorgorganisaties en ouderplatforms een ‘Congres Waarheidsvinding’ wil organiseren vanuit het perspectief en de bevoegdheden van Veilig Thuis, Jeugdzorg (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming, wil Struycken de verantwoordelijkheid voor de waarheidsvinding helemaal bij deze organisaties weghalen.(2) In plaats daarvan pleit hij voor een onafhankelijke onderzoeksrechter die in geval van ernstige zorgen over de veiligheid van een kind binnen drie dagen alle betrokkenen hoort in een zaak, zodat ook de ouders met ondersteuning van een advocaat de kans krijgen om hun verhaal te doen. Volgens Struycken denken Jeugdzorg en de Raad dat waarheidsvinding aan hen is overgelaten en de kinderrechter schuift daarmee tot op heden zijn verantwoordelijkheden op een makkelijke manier naar de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instelling.(3) “De kinderrechter toetst nauwelijks en dat komt door het systeem waarin de kinderrechter de zwakste schakel is. Wat ze nu in de jeugdwet hebben ingebouwd met artikel 3.3 is een soort gedragscode die suggereert dat de Raad voor de Kinderbescherming zoveel mogelijk de waarheid zal zeggen.”

Artikel 3.3: “De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.”

Officier van Justitie

Struycken noemt dit een loze wetgeving, waar je eigenlijk niets aan hebt. “De verantwoordelijkheid voor bijvoorbeeld een uithuisplaatsing moeten we niet neerleggen bij een kinderrechter op aangeven van Jeugdzorg of de Raad, want dan krijg je collega’s die elkaar weer moeten beoordelen. Die verantwoordelijkheid moet je leggen bij een andere autoriteit, namelijk de officier van justitie. De jeugdwerkers maken dan een proces-verbaal dat ze samen met de politie aanbieden aan de officier van justitie. De officier van justitie moet binnen het kader van het civiele recht de bevoegdheid krijgen bepaalde vorderingen in te stellen, zoals een machtiging uithuisplaatsing en dit wordt dan getoetst door een onafhankelijke rechter. Nu krijgt de Raad voor de Kinderbescherming een machtiging uithuisplaatsing en wordt achteraf niet onderzocht op welke wijze dit is uitgevoerd en op welke rechtsgronden. De bevoegdheden zijn aan Raad/Jeugdzorg gegeven, evenals zeggenschap over de bezoekregeling die door jeugdzorg kan worden teruggedraaid of opgeschort na een schriftelijke aanwijzing zonder dat de rechter hierover oordeelt.”

Lees verder

error: © Groninger Krant 2016