Category: Interviews

GeenPeil komt nagenoeg niet voor in de peilingen

GeenPeil veroverde Nederland als een wervelwind toen er meer dan 400.000 ondersteuningsverklaringen werden opgehaald om een referendum te houden over de associatie-overeenkomst tussen de EU en de Oekraïne op 6 april 2016. Nu GeenPeil zich in de strijd heeft gemengd om zetels in de Tweede Kamer te bemachtigen, lijkt er minder animo te zijn voor GeenPeil als politieke partij.


In de peilingen bij gerenommeerde peilbureaus komt GeenPeil nog steeds niet voor. Dat is opmerkelijk, gelet op het succes van het referendum dat uiteindelijk ten dele gehonoreerd werd door de Tweede Kamer die akkoord ging met het inlegvel van Mark Rutte.

De Missie van Jan Dijkgraaf: ‘met een fractie die groter is dan die van de PvdA (duh!) de democratie herstellen.’ (bron: GeenPeil)

We stelden lijsttrekker Jan Dijkgraaf hierover een paar vragen:

Waarom voert GeenPeil geen campagne in bijvoorbeeld Groningen? 

“De vrijwilligers die we in Groningen hebben, voeren wel degelijk campagne. In Haren en Veendam (ook onderdeel van ‘Groningen’, maar dan de provincie) hebben wij bijvoorbeeld zeer actieve vrijwilligers. En Groningen (stad) heeft internet en kan dus elke avond twee uur lang luisteren naar www.radiobart.nl en alles volgen op onze campagnewebsite www.geenpeil.nl.

Waarom denkt u dat GeenPeil het wel goed deed bij het referendum om het Oekraïneverdrag en in de peilingen nagenoeg niet voorkomt?

“Omdat het makkelijker is om steun te verwerven voor een ‘partijloos’ onderwerp (waarvoor GeenPeil een opkomstcampagne voerde) dan voor een politieke partij waarvan je ook nog lid moet worden om straks echt invloed te hebben. De partijparticipatie in Nederland is 2 procent. Verder: noem mij van de laatste tien jaar één peiling die klopte.”

Is Nederland al klaar voor directe democratie?

“Een vooruitstrevend deel van innovatieve mensen zeker. En de teleurgestelde niet-stemmers die het zat zijn door de kat of de hond gebeten te worden hopelijk ook.”

Lees verder

“In Selwerd wonen doeners”

“In Selwerd wonen doeners”, zegt Theo Adema van KAW architecten en adviseurs. Hij is kwartiermaker bij wijkbedrijf Selwerd dat intussen al weer iets meer dan twee jaar bestaat. Aanleiding voor dit uitgebreide interview is om zich te krijgen op de doelstellingen van het wijkbedrijf en de intussen behaalde resultaten.


foto: Mike Tomale - Theo Adema voor Wijkbedrijf Selwerd

foto: Mike Tomale – Theo Adema voor Wijkbedrijf Selwerd

De gemeente Groningen is in iedere geval laaiend enthousiast over het project. In de voortgangsrapportage van juli 2015 aan de gemeenteraad staat niets dan lof voor dit maatschappelijk project dat als doel heeft mensen uit de wijk Selwerd aan een baan te helpen en te begeleiden naar regulier werk. Op basis van deze voortgangsrapportage mag voorzichtig geconcludeerd worden dat de Wijkontwikkeling in aandachtswijk Selwerd zijn vruchten begint af te werpen. “We zijn op de goede weg, maar we zijn er nog niet.” Dat schrijft de gemeente.

KAW is een advies en architectenbureau en heeft in Leeuwarden meegedaan aan een selectie voor wijkvernieuwing. Dit heeft het KAW samen met de bewonersorganisatie gedaan en een bouwbedrijf en een energieadviesbureau. Het consortium waar KAW onderdeel van uitmaakte heeft hiermee een prijsvraag gewonnen om 300 woningen te renoveren voor een woningcorporatie. Dat project is aangevlogen op de wijkbedrijfmanier. De woningen zouden gerenoveerd worden, energiezuiniger gemaakt en er zou gekeken worden of er werkzaamheden door de bewoners uit de wijk konden worden gedaan. In die wijk zat al een actieve bewonersvereniging van ongeveer 150 mensen, vaak met een uitkering. Van het commerciële factuurbedrag mogen bewoners dan 4,50 per uur bijverdienen en ging het overige deel naar de wijkverenigingspot om geïnvesteerd te worden in de wijk. Normaal bedenkt de gemeente wat er met dat geld moet gebeuren, maar in dit geval mocht het bestuur van de bewonersorganisatie dat zelf beslissen.

Lees verder

Het circusleven, een uitstervend beroep

Op vrijdag 16 september 2016 was de Groninger Krant te gast bij familiecircus Barani. Een Duitse familie maar een Nederlands bedrijf. We spraken met de eigenaren van het circus, de familie Zinnecker. Een van de zonen, Johan Zinnecker, geboren en getogen in het circus, werkte vroeger bij circus Bellini. Hij vertelt dat zijn familie nu al vijf seizoenen (1 seizoen= ongeveer negen maanden) voor zichzelf werkt. Het familiebedrijf bestaat uit vader, moeder, twee broers en een vriendin van een van de broers.


_dsc8126_800x533

foto: Mike Tomale – Circus Barani

Het circus reist nu door heel Nederland. In iedere provincie doen Barani en paar steden of dorpen aan om zo iedere week optredens te verzorgen. In de drie maanden tijd dat het circus niet rondreist, krijgen de dieren rust. De familie oefent met nieuwe acts, het materiaal wordt opgeknapt en de wagens worden voorzien van een nieuw laagje verf. Het werk houdt bijna nooit op.

Het circus kan geen wilde dieren meer houden en is te klein om met grotere dieren te werken, daarom beperkt het circus zich tot huisdieren, zoals pony’s, geiten, honden, katten, eenden, ganzen en duiven. Er zijn onder andere een clown-acts, dieren-acts, jongleren en messen werpen. Het circus heeft met opzet geen grotere dieren, zoals kamelen, omdat er steeds ingewikkelde discussies over de dieren zijn. Voor de een is dit een wild dier en voor een ander weer niet. “Een olifant is in Indië ook gewoon een huisdier maar hier is het een wild dier”, zegt Johan. Er zijn veel regels waar het circus zich aan moet houden en er komen steeds meer regels bij.

Johan is behoorlijk somber over de toekomst. De belangstelling voor het circus wordt ieder jaar minder en dierenactivisten vertellen leugens. Een paar is het circus al voor de rechtbank gedaagd door activisten maar het circus heeft diverse keren gewonnen. Maandenlang zijn de dieren hiervoor geobserveerd. De discussie is volgens Johan overal hetzelfde. “Onze dieren komen op de eerste plaats. Als een dier niet meer kan werken dan mag het met pensioen op onze boerderij in Duitsland.”

Lees verder

Bewezen nut en noodzaak van tiltmetingen in Groningen

In 1996 schreef H.W. Haak (KNMI) in zijn technisch rapport dat onderzocht moest worden wat de toegevoegde waarde was van tiltmeting aangezien dit minder geschikt was voor de studie van de processen waarbij bodembeweging een rol spelen en veranderingen in het bodemprofiel. En juist daar wringt volgen Reinier Brongers van StabiAlert de schoen. Tiltmeters maken namelijk inzichtelijk wat de gevolgen zijn van deze bodemveranderingen aan gebouwen.


foto: Mike Tomale - reinierbrongers - StabiAlert

foto: Mike Tomale – Reinier Brongers bij StabiAlert

De afgelopen jaren is er beging gemaakt met een groot grid opgezet in de provincie Groningen door bedrijven die aangesloten zijn bij OSSG. Tot op heden heeft nog geen enkele instantie een verzoek ingediend om deze verzamelde (open)data te bestuderen.

Klankbordgroep

OSSG is nu na vele maanden van afwachten een van de officiële gesprekspartner in een klankbordgroep bij de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), samen met Samenwerkende Bedrijven Eemsmond (SBE), Omgevingsdienst Groningen, LTO, Gasberaad, bewonersgroep Onafhankelijke Meet Effecten Mijnbouwwet (OMEM) en de Groninger Bodem Beweging (GBB). Alle partijen die bij de NCG zijn aangeschoven zijn het er over eens dat er een onafhankelijk meetnetwerk moet komen.

Er is nu een klankbordgroep opgericht en er is een kennistafel. OSSG en de GBB vinden het volgens Reinier Brongers raar dat het ‘old boys network’, zoals TNO, Arcadis, KNMI, TU-Delft plaats nemen aan de kennistafel en op de oude manier blijven denken en doorgaan, alles gebaseerd op confessionele meetsystemen . “Het is krankjorum dat je deze twee groepen simultaan laat lopen en straks de klankbordgroep de uitkomsten van de Kennistafel achteraf moet proberen bijsturen. Bij de kennistafel hoort een afvaardiging van de klankbordgroep zitten. Begin oktober wordt verwacht dat men daar een ei over legt.” Legt Reinier Brongers uit.

Minister Kamp heeft van de Kamer de opdracht gekregen tiltmeters te plaatsen en die legt het vervolgens als onderzoek neer bij de NCG. “Het is niet nodig om maanden lang te vergaderen over het definiëren van een vraag, de vraag ligt er al, is duidelijk en door iedereen benoemd. Het gaat nu om de uitvoering. Maar de NCG wil nu eerst onderzoek laten doen naar wie wat meet in de provincie, gegevens die al lang bekend zijn, dat staat exact in de NAM en Arcadis rapporten, behalve de tiltmeters.” In augustus is een tender uitgeschreven door NCG en Sweko (Grondmij) heeft deze opdracht gekregen.

Lees verder

‘Juridische kinderhandel ‘

“Nederland doet aan juridische kinderhandel”, dat zegt Geerte Frenken die sinds 2009 haar dochter Jasmijn uit de handen probeert te halen van de vader die aan de rechtbank toegaf aan drugs verslaafd te zijn en volgens GGNeT Jeugd pedofiel is. En toch werd Jasmijn uitgezet naar haar vader in Amerika. Toen Jasmijn zeven jaar was, gaf ze haar moeder een keukenmes en vroeg haar te helpen het leven te beëindigen omdat het meisje niet meer terug naar haar vader in de Verenigde Staten wilde.


foto: Geerte Frenken

foto: Geerte Frenken

Frenken heeft haar 12-jarig dochtertje 15 maanden geleden voor het laatst gezien en vraagt zich af of haar kind nog in leven is. Ze is vreselijk teleurgesteld dat de Nederlandse Overheid – onder voormalig staatssecretaris Fred Teeven – de antwoorden op haar vragen door het lid Van Nispen (SP) in de Tweede Kamer geheim heeft verklaard.

“Als Nederland artikel 13 van het Haags Kinderontvoeringsverdrag zou navolgen, dan had Jasmijn nooit uitgezet mogen worden, zegt Geerte Frenken

De Nederlandse Overheid heeft een beleid van ‘eerst terug, dan praten’ wat volgens de moeder volledig voorbij gaat aan het Haags Kinderontvoeringsverdrag  artikel 13, dat stelt dat terugkeer niet hoeft als er risico bestaat dat de terugkeer zou kunnen zorgen voor fysische of psychische gevaren of het kind op andere manieren in gevaar brengt.  Tevens verwaarloost de Nederlandse Overheid de zorgplicht als het gaat om Jasmijn, een Nederlandse in het buitenland, immers niemand weet hoe het met haar gaat of waar ze is.

Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) die er is voor ouders die zich zorgen maken over mogelijk kindermisbruik, wilde geen aangifte opnemen omdat er volgens de organisatie geen melding is gedaan, maar Frenken heeft daar wel degelijk met haar dochtertje verteld wat er speelde. Frenken werd doorverwezen naar GGNet Jeugd. Tijdens de rechtszaak tegen de rol van Bureau Jeugdzorg (BJZ) in de deportatie werd haar gezegd dat BJZ niet op de hoogte was van het GGNet archief omdat er geen database is tussen AMK en BJZ.

Lees verder

error: © Groninger Krant 2016