Category: Literatuur

Radicalisering: ‘Ongeloofwaardig’ van Dennis Abdelkarim Honing

In het boek ‘Ongeloofwaardig’ van bekeerling Dennis Abdelkarim Honing wordt mooi uitgelegd hoe iemand radicaliseert en weer de-radicaliseert. Het boek beschrijft dat hoe vromer en orthodoxer een moslim wordt, des te minder er wordt ingeleverd op de ideologie of afgeweken wordt van de Koran. Alle billijkheid lijkt te zijn verloren.


Het boek geeft een kijkje in het leven van Dennis Honing, een inmiddels bekende, Nederlandse bekeerling die een moeilijke jeugd achter zich heeft. Toch kan niet aan de hand van die moeilijke jeugd worden aangegeven of dat direct van invloed is geweest op zijn keuze om zich te bekeren tot de islam. Doordat jongeren zich eenzijdig voorzien van informatie, vormen ze een wereldbeeld wat niet klopt. Ook Dennis – Abdelkarim – Honing (a.k. Abou Moslim) heeft dit ondervonden. Hij is terecht gekomen in een groep die zichzelf Straat Dawah noemde – onder leiding van Abou Muessa – en is geradicaliseerd.

Dennis verwijt de Nederlanders er een staatsvisie op na te houden. 9/11 is volgens hem een meetpunt waarbij veel Nederlander wisten waar ze op dat moment waren, maar met de aanslag in Fallujah in Irak weet waarschijnlijk niemand waar die op dat moment was. Ik weet trouwens van beiden dagen niet eens meer was ik was. Maar is het ook niet zo dat veel Nederlanders weten waar ze waren toen prinses Diana is overleden? Of toen werd aangekondigd dat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen?

Wij als Nederlanders zouden het volgens Abdelkarim wel zielig vinden als koptische christenen in Egypte worden vermoord maar niet als moslims worden uitgeroeid in bijvoorbeeld Myanmar.

Redeneringsfout
De geradicaliseerde moslim maakt duidelijk een redeneringsfout. Vanuit het voornamelijk christelijke Nederland maakt men zich logischerwijs druk om het wel en wee van christenen in het buitenland, net zoals gelovige moslims zich druk maken om hun geloofsbroeders die onder vuur liggen in het buitenland. Dat wij ons dan in eerste instantie niet druk maken om de moslim, lijkt me daarom ook voor de hand liggend en kan nooit als een verwijt gebruikt worden. Wij beredeneren niet alleen maar vanuit een islamitische doctrine, maar vanuit een christelijk en humaan oogpunt. Dat je dan schrijft dat Nederlanders het niet erg vinden dat bij Fallujah moslims omkwamen, dat is niet waar. Het is net zo erg, alleen de impact is anders.

Eenzelfde redenering zou kunnen zijn dat christenen vinden dat moslims zich niet genoeg druk maken om de mensenrechten in Koreanen onder het bewind van dictator Kim Il-sung of om het wel een wee van latino’s in Zuid-Amerika die worden afgeslacht door drugsbaronnen. Ook moslims rouwen bijvoorbeeld niet om de bijna 3000 doden bij 9/11. Het is maar net welk referentiekader je hebt, maar het wil nog niet niet zeggen dat het klopt.

Lees verder

‘Weggejorist’

Robert (Robbie) groeide vanaf zijn derde op in diverse tehuizen en pleeggezinnen. Vanaf zijn veertiende werd hij zeven jaar lang seksueel misbruikt door een directeur van Stichting Katholieke Kinderbescherming, die ook het ouderlijk gezag over hem had.


Schrijfster Yvonne Keuls zorgde ervoor dat de dader, André Beemster, bekende. Helaas kwam hij ‘met de schrik’ vrij: doofpot?

Robert werd depressief en baalde ervan dat het leven waar hij zo naar had verlangd – een leven zonder misbruik – hem zo tegenviel. Geen werk, te veel drank, blowen, diefstal en automutilatie maakten het er allemaal niet rooskleuriger op. Het roer moest om.

Robert vond dat hij al jaren te vaak weggejorist was en besloot de media op te zoeken om zijn verhaal te doen. Hij richtte een stichting op om seksueel misbruik onder jongens/mannen uit de taboesfeer te halen, zette zich in om kinderpornonetwerken op te rollen. Tevergeefs: aangiften werden geseponeerd.

In dit boek zet Robert alle zaken en feiten op een rij in de hoop eindelijk met respect gehoord te worden.

Rebellie

Amir, de broer van mama, is woest. Hij is door het dolle heen. Hij wil alles kort en klein slaan.  Zijn legergroene blouse ruikt naar sigarettenrook  en hangt grotendeels over de broek die slonzig is.  Er zijn zweetplekken zichtbaar, daar waar zijn oksels zich bevinden. De blouse omspant een bierbuik. De onderste twee knopen hebben losgelaten. Zijn kroezige haardos is verwilderd. Een volle snor bedekt de bovenlip. Amir’s gelaat is stoppelig.  Hij zwaait vervaarlijk met zijn armen. Pappa zit beneden in de woonkamer, in zijn fauteuil. Verstoord kijkt hij op als hij Amir luidruchtig hoort doen. Een zucht ontsnapt uit zijn mond. Hij slaat zijn ogen neer.  De handen bedekken zijn gelaat.  Een vermoeid gevoel glijdt door zijn lichaam.  Dan richt pappa zich op. Hij legt de opengeslagen krant op het tapijt en staat op. Pappa loopt de hal in en gaat de stenen trap op, naar de tweede verdieping. Boven op de overloop raast Amir, terwijl zijn benen wankel staan. Een onrustige linkerhand houdt de stenen ballustrade vast, terwijl de andere hand vervaarlijk een samovar (theekan) heen en weer zwaait. Bedaard en met vaste tred bestijgt pappa de trap, onderwijl de bewegingen van broertjeslief met ietwat samengeknepen ogen in de gaten houdend. Hij ziet Amir’s rollende ogen. ‘’Waag het niet dichterbij te komen! Waag het niet!’’ schreeuwt hij met onvaste stem. Pappa’s loop stokt een tel. Hij herwint zich ‘’Doorlopen! Overwicht houden!’’ denkt hij. ‘’Waag het niet’’, schreeuwt Amir, anders maak ik je dood!’’ Pappa kijkt omhoog en ziet de samovar waarmee Amir vervaarlijk zwaait. Dan proberen zijn blikken de rollende ogen van de dronkaard te vangen. De poging is ijdel. Zijn ogen weiden uit. In een flits ziet pappa en Amir met wegwerpbaar op de achtergrond en de vallende theekan op zich af komen. Het laatste wat hij voelt is een doffe harde klap op zijn witte haardos. Het wordt hem zwart voor de ogen. Pappa valt voorover en zeigt neer op de treden. Het haar begint  rood te kleuren.

7e11441f-b681-4c8a-890c-837893c6670eAan de andere kant van de deur zijn metaalachtige geluiden van een boor en een schuivende lade hoorbaar. Er huilt een kind. In de wachtruimte zijn de cyaankleurig gestucte wanden hier en daar aan het afbladderen. Smalle bovenramen laten enige zonnestralen door. Stofdeeltjes worden zichtbaar.  Tegen de wanden staan koud aandoende zitbanken opgesteld. Alleen Niloofasr zit er. Ze heeft een lange jas aan. Met haar hand friemelt ze in een binnenzak, onderwijl onrustig naar de deur spiedend. Niloofar pakt er een spuitbus uit. Haar hart bonkt in haar keel. Ze schudt de spuitbus. Een knikker schudt mee. Niloofar gaat op een bank staan, en haalt de dop van de spuitbus. Ze begint op de muur te spuiten. Er verschijnen koeienletters op het cyaan. ‘’Weg met de Sjah! Weg met de Sjah….’’ De boor is opgehouden geluid te maken. Niloofar laat de dop vallen. Ze wil de spuitbus in de binnenzak doen. De deur van de behandelkamer zwaait half open. De contouren van een witte doktersjas verschijnen. Dan verschijnt de tandarts wijdbeens in de deuropening. Zijn ogen spieden door de wachtruimte. Zijn blik glijdt over de beletterde wanden verder naar de opengeslagen ingangsdeur. De tandarts staat nu pontificaal in de deuropening. Hij ziet dan net een gestalte wegglkippen. ‘’Wel verdikkemie….’’ weet hij nog uit te brengen. De zwaarlijvige man sprint met korte passen naar de toegangsdeur en daalt amechtig de trap af. Buiten knipperen zijn ogen tegen het felle zonlicht. Ze spieden de omgeving af. Niloofar is als een speer weggerend, naar de dichtsbijzijnde bushalte en heeft zich door de rij mensen gewurmd en is de zopas gestopte bus in gesprongen. Niloofar spiedt door het raam en ziet de tandarts, in zijn witte doktersjas, berustend en met gezakte schouders, teruglopen. Na een voor haar gevoel ellenlange en misselijkmakende rit stapt Niloofar uit. Op het trottoir staat zij nog na te duizelen en het hart bonkt nog in de keel. Met zware benen loopt Niloofar de gang in en stapt de winkeldeur binnen. Haar vader wacht haar op. Hij is nog steeds getooid met verband om zijn hoofd na de dronkemansbui van zijn broer.

Lees verder

Mooi journalistiek werk: Het havenschandaal

30 augustus 2004 was een zwarte dag voor de haven van Rotterdam; de directeur van het Havenbedijf Rotterdam, Willem Scholten, werd op non-actief gesteld. Scholten had, zonder zijn politieke bazen daarover te informeren, voor 180 miljoen euro aan garanties voor bankleningen aan zakenman Joep van den Nieuwenhuijzen gegeven. Dat kwam pas aan het licht toen verschillende onderdelen van de onderneming van Van den Nieuwenhuijzen failliet gingen en de banken hun geld opeisten.

9789044535808_cvrHet boek is een mooi naslagwerk voor wie zich nog even wil verdiepen in de feiten en namen van diegene die betrokken waren bij dit debacle. Het is een meeslepend verhaal over vergaande belangenverstrengeling, ogenschijnlijke corruptie, chantage en grensoverschrijdende – volgens criticasters: misplaatste – ambitie. Het verzelfstandigen van de Rotterdamse haven is hiermee tegelijkertijd definitief en onomkeerbaar.

De rol die particulieren, politici en overheid hebben gespeeld in dit drama wordt mooi weergegeven door de auteur. Voormalig burgemeester Bram Peper (PvdA) en wethouder Havenzaken Wim van Sluis (Leefbaar Rotterdam) passeren de revue. De verdachten werden na tweemaal in eerste aanleg en eenmaal in hoger beroep vrijgelaten en alleen voor geldbedragen veroordeeld. Omkoping was zeker aan de orde, oplichting is nooit aangetoond.

Het werk is van de hand  van journalist Frank de Kruif die een goed onderbouwd en feitelijke weergave geeft van deze geruchtmakende affaire die eigenlijk politiek gezien met een sisser afliep.

Een middagje Reitdiep

Het zonnetje probeert in de late namiddag door te breken boven het Reitdiepdal. Moeizaam lukt het een enkele grasspriet te laten glimmen en zwakke, langgerekte schaduwen te toveren naast een paar stokoude, geknotte wilgen. Een witte boerderij licht even fel op om daarna net zo snel weer te doven en op te gaan in het glooiende landschap.

reitdiep2biddenDe wolken weerkaatsen in het water van het Reitdiep, een kleurrijk pallet aan grijstinten. Een perfecte weerspiegeling die zachtjes wordt verstoord door een zuchtje wind. Een koele bries die net zo snel weer gaat liggen maar in de reflectie van het water een ander voorkomen achterlaat.

Kale populieren aan de kim herinneren aan de zachte herfst. Trekvogels aan het firmament laten de naderende koude winter achter en zoeken heil in warmere oorden. Terwijl de Torenvalk hoog in de lucht bidt voor zijn maal heeft de grijze reiger zijn zinnen gezet, en staat stokstijf langs de oever van het water te loeren, verscholen in het riet.

Meanderen van het Reitdiep, door het cultuurhistorisch Groninger landschap, een ongekende pracht, ieder seizoen weer.

error: © Groninger Krant 2016