Category: uut Grunn

Multicultureel zweten

Hij schuift een uitgeknipt stukje uit de Gezinsbode onder mijn neus. Zij naam vergeet ik ter plekke. De stoel die tussen ons in staat is leeg. Vanwege mijn harde fietsen, meen ik mijn eigen zweet te ruiken, een snelle lik deo kan de zure lucht niet verbloemen. Door een beetje achteraf te gaan zitten, wek ik wellicht het beeld van schuwe nieuwkomer. Dat eerste klopt niet, maar nieuw ben ik hier wel. In deze veel te warme vergaderzaal, op een onbestemde verdieping van een groot kantoorpand, bereikbaar via een parkeerterrein, waar ik al fietsend langs andere glazen deuren naar het juiste huisnummer zocht, en eenmaal binnen niets me de weg wees door de fraai gebogen gangen. Maar deze vrijdag wordt hier toch heus een politieke delegatie verwacht. Zo staat in het stukje van de man die -bijna- naast me zit. Ook hij was hier nog niet eerder.


Tjeerd van Dekken (foto: Mike Tomale)

Er komt een vrouw naar me toe. Ze stelt zich voor. Waarop ik nieuwsgierig vraag naar wat de etiquette hierover zegt. Ze vat het geloof ik verkeerd op: ‘Ik heb geleerd dat dat zo hoort.’ Ik schud de hand van de fotograaf recht achter mij, maar dat doet vrees ik weinig af mijn verse imago van onwelriekend blondje zonder manieren. Cultuurverschil is een rekbaar begrip.

Af en toe kijk ik naar de deur om te zien of één van de sprekers binnenkomt, maar mijn harde fietsen bleek niet nodig. Tjeerd van Dekken beweert dat dit typisch Gronings is: ‘Als de zaal een kwartier voor aanvang al vol zit, weet je dat je in Groningen bent.’ Ik hoorde zelf eens van een Groninger die in het westen ging werken dat ‘negen uur beginnen’ daar inhoudt dat je om kwart over negen langzaam eens begint aan de koffie. En politici maar blaten over ‘onze cultuur’.

Daar gaat het vanavond ook over. Over cultuur, over diversiteit. De knipselman is hierheen gekomen om te horen wat de PvdA, naast het anoniem solliciteren, nog meer in petto heeft om diversiteit op de werkvloer te bevorderen. De eerste spreker die kwetsbaar toegeeft dat hij zich eerst niet realiseerde dat discriminatie ook in het Noorden speelt, krijgt er later van langs. Hoe sneu, en tevens een gemiste kans, want hij probeert alleen maar een boek onder de aandacht te brengen dat hem de ogen opende. En spreekt de hoop uit dat anderen dit ook doen.

Tjeerd, op plaats 39 op de kandidatenlijst van de PvdA en nu leider van het gesprek, heeft het warm. Ik begrijp niet waarom hij zijn colbertje niet uittrekt. Misschien ruikt ook hij naar zweet. Pas nadat ik drie koppen thee naar binnen heb gegoten, komt John Leerdam binnen. Hij groet de zaal joviaal, alsof men hier niet al meer dan een half uur wacht. Hij staat op plaats tachtig van de lijst. De plaatselijke delegatie wordt vertegenwoordigd door Roeland van der Schaaf, Carine Bloemhof en Gina Olthof.

Lees verder

Vorstprofijt

Sommige mensen menen dat december een drukke maand is. Met perikelen rond de tafelschikking – kan mijn stiefvader wel naast die nieuwe vlam van pa?- of hoe juist zorgen over hoe de eenzaamheid in de donkere dagen te overleven. Leerkrachten klagen over drukke kinderen die aan vakantie toe zijn en pintransacties breken rond de feestdagen menig record. Maar januari spant wat wat drukte betreft toch echt de kroon.


foto: Lethi Paul

Zat ik met Kerst nog eenzaam onder de door mijzelf opgetuigde boom, zo weet ik nu niet op welk feestje ik moet verschijnen. Opleidingen houden open dagen, dansseizoenen worden ingeluid en Jan Rot komt naar Groningen. Er is een poëziemarathon, snert in het buurthuis en ook het wijkvuur dat vanuit Beijum heel Groningen verovert, vindt uitgerekend dit weekend plaats. Waar ik geen tijd voor heb want alle proefwerken van de kinderen schijnen ook opeens nu te moeten worden afgenomen -Ich bin, du bist, ich bin gewesen- En uiteraard moet vóór het eind van de maand niet alleen de btw-aangifte de deur uit. Het verschuldigde bedrag dient tevens vóór 31 januari te zijn bijgeschreven op rekening van de belastingdienst. Anders riskeer ik een boete die gelijk staat aan dertig kilometer te hard rijden.

Qua klussen schijnt ook iedereen er opeens achter te komen dat de badkamer lekt, dat ergens isolatie nodig is of dat er tochtstrips moeten komen. Ik klaag niet hoor. De één zijn gebrek is de ander haar brood, niet waar? Maar ik vraag me wel af of zulks niet in de december ingepland had kunnen worden. Voordat de kou kwam. Toen ik al neusvretend mijn eigen kadootjes uitpakte -een kerstpakket van een trouwe klant- Misschien willen sommige mensen dat hun stiefvaders er met de feestdagen niet al te warmpjes bijzitten?

Er is één troost in deze drukte. Vorst. De heerlijke, droge, koude januarikou. Die de Groningse skyline in een mysterieus licht hult. Die ijsafzettingen maakt langs de oevers van sloten. Die het zilvermeer bevriest. En de Hoornse plas. Die ons laat glibberen bij de super en ons daar noopt tot een vriendelijk gesprekje of gebaar naar medeklanten. Vorst die mooie rijp zet op de hangende saliebladeren in de kruidentuin en ons tevergeefs doet zoeken naar restjes bieslook. Vorst die me naar de kruipruimte van de buurvrouw doet spoeden om de toevoer van haar buitenkraan te sluiten omdat ik na een dag dooi merk dat er een prachtige winterfontein in haar tuin sproeit. ‘Ik dacht dat het zo’n vaart niet zou lopen’, zegt ze. Vorst die ons onderin kledinglades doet zoeken naar die lekkere thermobroek. Nieuwsbeelden van vertragingen door bevroren bovenleidingen. Die heerlijke vorst, daar wil op deze kind- en werkvrije vrijdag met volle teugen van gaan genieten.

Lees verder

‘Ik wil iemand van híer!’

Op weg naar de winkel kom ik langs een centrum voor begeleid wonen. ’s Zomers wordt ik vaak uitgebreid gegroet. Luid. Lachend. En ik groet minzaam terug. Of uitbundig. Net hoe mijn pet staat.


Vanmiddag was kennelijk het moment waarop begeleiders hun begeleiden mee op stap namen. Een paar jonge blonde vrouwen met een groep. Eén van hen duwde een rolstoel en keek achterom om te zien of de man die met zijn been trok er al aankwam. Ondertussen hield ze een gesprek gaande met de kleine vrouw naast haar. Veelzijdig werk. Niet makkelijk.

Maar niet iedereen uit het centrum is bij de groep. Een eindje verderop passeer ik een elektrische rolstoel. De man die er in zit is groot. Zijn voertuig nog groter. Ik moet voor hem uitwijken.
‘Nee, ik wil híer iemand vinden!’, antwoord hij bits als de vrouw die naast hem loopt hem probeert over te halen. Zij: ‘Maar een avondje uit is toch ook ’s leuk?’
‘Er moet nog veel te veel gebeuren. Ik wíl het niet!’
‘Maar het is een Hollandse avond….. met muziek….’

Nors duwt hij nog wat harder op de knoppen van zijn bedieningspaneel. Anderen moeten uitwijken. De vrouw, ik vermoed zijn moeder, laat hij buiten gehoorafstand achter zich. Zelfredzaamheid ávant la lettre. En ze bedoelt het zo goed.

Bij de fruitafdeling zie ik dat ze een arm om hem heen heeft geslagen. Dit keer wil hij iets wél dat zijn moeder níet ziet zitten. ‘Lieverd’, begint ze moedig. Maar hij zet zijn rolstoel in de achteruit en roept: ‘Maar de druiven zijn óp!’ Zij doet net op tijd een stap naar achteren.

Bij het brood moet ik opnieuw om hem heen lopen. Hij staat met de rug naar de plek waar hij zijn moeder vermoedt. Maar hij krijgt geen antwoord als hij haar roept. Steeds harder. Nu weet de hele winkel dat hij zijn moeder wil.

Gelukkig blijken twee andere klanten, een vader met zijn tienerzoon, bekenden van hen te zijn. Het onweer op het gezicht van de grote man klaart op. Hij is opeens erg eensgezind als zijn moeder de tiener prijst over hoe groot die is geworden. ‘JÁ’, brult de grote man door de winkel: ‘EERST WAS HET NOG ZO’N UKKIE!’

Misschien wil hij straks toch mee naar de Hollandse avond. En komt hij daar iemand tegen met wie hij samen zijn druiven op kan eten. Onder de door zijn moeder opgetuigde kerstboom.

Dansende oudjes in Groningen

Mijn ouders vierden één november hun gouden huwelijk. Als ik dat ooit nog wil halen mag ik wel honderd worden. En allereerst haast maken met trouwen, zo liet mijn schoonvader zich ontvallen op zijn sterfbed. Die zelf nog net op tijd zijn diamanten samenzijn vierde. Maar in Groningen kun je anno 2016 ook prima feestjes bouwen zonder bruiloft. Door te blijven doen alsof je achttien bent. Door naar de disco gaan. Of hoe noemt de jeugd van tegenwoordig dat? Zo’n plek waar je off-line elkaars bezwete lichamen kunt besnuffelen?


PoelestraatTot een paar jaar geleden werd ik nog wel eens meegetroond naar tenten als Shadrak, Het Pakhuis of het doolhof achter de deuren van Enzo. Geen idee of die nog open zijn. En of daar nog gedanst wordt. Ik werd zelfs eens, geëscorteerd door drie twintigers, binnengeloodst in een bomvol Donovan’s. Tegen de uitsmijter grapte ik of er een maximumleeftijd was om naar binnen te mogen.

Maar in Groningen weet men gelukkig dat er meer volk woont dan alleen studenten die zich vol- en overgieten met bier. Dat ook veertig- plussers elkaar nog graag ontmoeten buiten de fitnessclub. Zo schijnt De Spieghel weer te zijn heropend. Maar livemuziek is er ook in de Kroeg van Klaas. En voor wie meer warm loopt voor Caribische klanken zijn er salsa-avonden van de Wijert tot de Korrewegwijk. Tango, stijldansen, poëzieavonden,… in Groningen gebeurt het.

Ik liet me onlangs ontvallen dat deze bevende provincie voor randstedelijke schrijvers niet lijkt te bestaan. Maar ik neem dit Calimero geklaag terug. Want kwamen er dit weekend bij ‘Het grote gebeuren‘ niet grote namen als Renate Dorrestein, Adriaan van Dis en Arnon Grunberg naar de stad? Maar omdat je boeken ook kunt lezen in je luie stoel, koos ik ervoor om mijn eigen verhaal te leven. Net als Ilja Leonard Pfeiffer in ‘la Superba’ doet in zijn geliefde Genua. Dus terwijl Douwe Draaisma in de kelder van de bibliotheek Nelleke Noordervliet interviewde, wachtte ik in de novemberkou op het terras van Buckshot op mijn lief.

Lees verder

Dakloos is een rekbaar begrip

Het is voorjaar. Mijn neef uit Italië belt. Twee meisjes uit zijn flat zijn op zoek naar woonruimte in Groningen. Waar ze voor een half jaar gaan studeren. Of ik misschien iets weet? Nee, ik weet niks. Ik bevestig dat kamers in Groningen inderdaad niet ruim voor handen zijn en wens hen verder veel succes.


foto: Fotolia

foto: Fotolia

We zijn inmiddels een half jaar later. Het is oktober. Eén van de meisjes appt me opnieuw om te vragen of ik iets weet. Iemand ken. Die een kamer over heeft. Tijdelijk is ook goed. Het probleem is nu echt nijpend. Ze zijn wanhopig en overwegen om over drie dagen terug te gaan. Omdat er niks is. Ze verhoogden hun budget al van 350 naar 700 euro per maand.

Ok, that’s another biscuit. Hier dreigt het universitaire avontuur van twee schattige Italiaanse meisjes, die besloten hebben om over de landsgrenzen heen te kijken, in duigen te vallen. En ik word persoonlijk door hen benaderd. Scheelt ook een hoop. Mijn netwerk is groot en ik doe er zelden voor privézaken een beroep op. De leeuw in Lehti is los. Ik ga ze helpen.

Ik klus die dag toevallig in een groepspraktijk in de stad. De baas is al jaren mijn vaste klant en verhuurt ook kamers. Ik krijg het nummer van haar buurman, een makelaar. En van haar zus, die wellicht iets weet. Ik bel iedereen plat. Werk kan wachten. Ik ben per slot eigen baas. De Italiano’s die ik ken uit Stad en Ommeland sein ik in, en ook mijn klanten die meer dan één huis bezitten krijgen een persoonlijk bedelbericht.

Lees verder

error: © Groninger Krant 2016